Erfenis van de duivel, De 1 - Rennes-le-Cháteau

Beschikbare exemplaren voor deze uitgave

Rennes-le-Cháteau
Nieuw
Erfenis van de duivel, De 1
Hardcover

Inhoud

RENNES-LE-CHÂTEAU OF HET MYSTERIE VAN PASTOOR SAUNIERE

De vallei van de Aude is een streek die sterk gemarkeerd wordt door de sporen van het katharisme en de meedogenloze strijd die werd gevoerd door de Rooms-katholieke staat tegen deze vorm van ketterij. Hieruit vloeide een nieuwe legende voort: de schat van de katharen die vlak voor de overgave van de versterkte burcht van Montségur in veiligheid werd gebracht, en ergens in het gebied werd verborgen.
Maar er bestaan nog andere theorieën over de oorsprong van de schat. Eén ervan is dat de schat koninklijk is, namelijk van Lodewijk de IXe (Lodewijk de Heilige). Zijn moeder, Blanche van Castilië, zou de schat in Rennes-le-Château hebben achtergelaten toen ze Parijs moest ontvluchten tijdens de opstand van de landlieden. Een andere theorie is dat het de schat van de tempeliers is. De orde zou in Bézu, niet ver van Rennes-le-Château, een commanderij bezeten hebben, waar de leden niet werden gearresteerd tijdens de grote “razzia” door Filips de Schone. Deze tempeliers kwamen uit Roussillon en sommigen denken dat ze de schat van de orde bij zich hadden toen ze het Catalaanse huis verlieten.

In 1885 wordt abt Bérenger Saunière door monseigneur Billard tot priester benoemd van Rennes-le-Château. Ter plekke ontdekt hij dat de kerk en de pastorie in zeer slechte staat verkeren.

In 1887 krijgt Saunière van de gravin van Chambord een gift van 3.000 goudfranken, en kan hij beginnen met de restauratie van de kerk. Bij het vernieuwen van het hoofdaltaar, zou de priester iets ontdekt hebben. Wat hij precies ontdekte, en wanneer precies, is echter niet duidelijk (1):
- Toen hij een oude kerkdal optilde, de zogenaamde Dalle des Chevaliers (2), zou de pastoor een holte blootgelegd hebben gevuld met antieke munten, oude juwelen en een kelk.
- Volgens de Sède (3) vond hij mysterieuze documenten in een Visigotische zuil, en volgens de deken en de beiaardier waren het enkele beenderen en een flesje met een document erin dat hij vond in een houten baluster.

Saunière gaat verder met de restauratiewerken. In 1891 doet hij een nieuwe ontdekking, die hij beschrijft in zijn dagboek : “21 september; brief van Granes; ontdekking van een tombe; ’s avonds regen”. Meer vertelt hij niet. Het is in deze periode dat hij begint te “werken” op het kerkhof.

Na de ontdekking van de vermeende documenten, en op het advies van monseigneur Billard, zou Saunière naar Parijs gegaan zijn om de mysterieuze vondsten te laten ontcijferen. Hij zou vader Emile Hoffet ontmoet hebben in Saint-Sulpice, geïntroduceerd zijn in de esoterische kringen van de hoofdstad, passioneel verliefd geworden zijn op operazangeres Emma Calvé en, waarom niet, reproducties gekocht hebben van schilderijen in het Louvre, waaronder de fameuze “Herders van Arcadia” van Nicolas Poussin.

In 1894 trekt Saunière door de omgeving van Rennes-le-Château. Hij komt terug met zware zakken (vol stenen ?) en begint een grot te bouwen. De legende wil dat tijdens zijn “onderzoekingen” van het kerkhof, hij geprobeerd heeft om de inscripties te verwijderen op de graftombe van Marie de Négri d’Albes, markiezin d’Hautpoul de Blanchefort, gestorven in 1781 en bijgezet op het kerkhof.

De renovatiewerken worden voltooid in 1897 en de kerk wordt met veel pracht en praal ingewijd door monseigneur Billard. Het geld stroomt binnen via missen “ter intentie van”.

In 1898 begint de priester de terreinen grenzend aan de pastorie op te kopen. Hij laat een prachtig domein bouwen : een villa en de Magdala toren, een vreemd neogotisch bouwwerk.

In 1909 is monseigneur Beauséjour het beu dat Saunière missen bedelt buiten zijn eigen bisdom en eist zijn overplaatsing naar Coustouge. Saunière weigert. De bevolking blijft hem trouw en hij blijft missen voordragen in de kapel die hij liet inrichten in villa Béthania. Vervolgens wordt Saunière voor de kerkelijke rechtbank gedagvaard wegens illegale handel in missen, ongehoorzaamheid aan de bisschop en overdreven uitgaven. Hij verschijnt niet op de zitting en wordt in juli bij verstek veroordeeld. Hij wordt geschorst voor een maand en moet alle inkomsten, verworven door de missen die hij niet had mogen opdragen, terugbetalen. De priester laat het hier niet bij en gaat in beroep. Hij wordt veroordeeld tot 10 dagen retraite en het rechtvaardigen van zijn boekhouding. Omdat zijn verdediging te zwak blijkt (4) wordt hij opnieuw voor 3 maanden geschorst en moet hij de verloren sommen terugbetalen. Saunière vecht vervolgens opnieuw zijn straf aan in Rome.

Op 22 januari 1917 blaast Saunière zijn laatste adem uit. Hij wordt geveld door een beroerte voor de poort van de Magdala toren. Eerwaarde Rivière, pastoor van Couiza, wordt erbij geroepen. De biecht duurt lang en als Rivière terug naar buiten komt ziet hij lijkbleek… . Saunière krijgt het heilig oliesel pas twee dagen na zijn dood… . Hij sterft aan een hersenbloeding. Voor zijn dood had hij nog heel wat plannen: een wagen kopen, de baan laten teren, nog een toren bouwen, een kapel bouwen op het kerkhof, de omwalling van Rennes heropbouwen. Er wordt gezegd dat hij 659.413 goudfranken (3.518.440 euro) zou hebben uitgegeven.

Journalisten van “La Dépêche du Midi” horen van het verhaal en het mysterie van Rennes-le-Château is gelanceerd… Het domein is nu eigendom van de gemeente en er worden tijdens de zomer nog steeds bijeenkomsten georganiseerd. De plek kreeg algemene bekendheid door de roman van Dan Brown, “de Da Vinci Code” en werd een ware trekpleister voor toeristen.
Als u meer wilt weten, aarzel dan niet om een kijkje te nemen op de website http://www.renneslechateau.com/

( 1 ) Doordat de precieze data niet gekend zijn, is het zeer moeilijk om een accurate biografie te schrijven over pastoor Saunière.
( 2) Een vloerplaat die nog vaak zal gebruikt worden in allerhande mythes. Ze zou Sigebert IV voorstellen, de laatste der Merovingers, die na de moord op zijn vader, Dagobert II in Stenay, op de vlucht moest voor le Razès.
( 3 ) cf. L’Or de Rennes, Julliard 1967, het eerste werk dat “de zaak” populariseerde. Heruitgave L’Oeil du Sphinx 2007. En ook Rennes-le-Château, Autopsie d’un mythe, Loubatières, tweede uitgave 2002.
( 4 ) Hij kan zijn uitgaven slechts rechtvaardigen tot een bedrag van 36.000 goudfranken. Het hele domein wordt geschat op ongeveer 200.000 goudfranken.

Philippe Marlin©

Overige productgegevens

Scenarist(en)
Felix, Liesbeth

Tekenaar(s)
Gastine

Uitgever
SAGA Uitgeverij

Productgroep
Stripboeken

Ook beschikbaar

Rennes-le-Cháteau
Nieuw
Erfenis van de duivel, De 1
Softcover
€ 8,99

Mijn zoeklijst

Wij bieden je de mogelijkheid om op de hoogte gehouden te worden bij het verschijnen van nieuwe, of door je gezocht uitgaven. Je dient hiervoor ingelogd te zijn.

Klik hier om in te loggen of te registreren

  • Akim Stripspeciaalzaak

    Ulgersmaweg 14
    9731 BS Groningen

    +31 (0)50 - 549 96 98
    info@akim.nl

  • Openingstijden

    Do. 09:00 — 18:00
    Vr. 09:00 — 18:00
    Za. 10:00 — 17:00